FB-like-2.png
  • Michel

R-waarde en temperatuurindicatie van jouw slaapsysteem uitgelegd


Het gebruik van een slaapmat en slaapzak wordt vaak los van elkaar gezien, maar in realiteit zijn deze net complementair aan elkaar en moet je ze als één geheel beschouwen als het erom gaat een keuze te maken voor jouw volgende trektocht.


Wat bedoel ik daar concreet mee? Wel, bij een degelijke slaapzak worden vaak drie temperaturen vermeld en een slaapmatje heeft een R-waarde. Door de gegevens van beide correct te interpreteren en de twee items te combineren, kom je aan wat in trekkerskringen een slaapsysteem genoemd wordt. Een slaapsysteem is eigenlijk elk onderdeel van het systeem dat je gebruikt om te slapen: slaapmatjes, slaapzakken, quilts, liners en zelfs je nachtkledij. In dit artikel ga ik echter op de eerste twee focussen, want deze zijn de meest gangbare items in je slaapsysteem en wegen ook het zwaarst door.


Inhoud van dit artikel:

R-waarde bij slaapmatten

Eén van de belangrijkste aspecten bij het kiezen van een slaapmatje is de R-waarde. Elke slaapmat heeft een R-waarde, ongeacht of het nu om een opblaasbare, zelfopblaasbare of schuimmat gaat. De R-waarde is de eenheid waarmee aangeduid wordt hoe makkelijk of hoe moeilijk een materiaal warmte-energie geleidt, m.a.w. de thermale weerstand (“resistance” in het Engels, vandaar “R”-waarde). Hoe hoger die waarde, hoe beter een materiaal de warmte vasthoudt. Meestal zal de R-waarde van slaapmatjes tussen 1 en 8 liggen.


Gek genoeg heeft het tot 2020 geduurd vooraleer er één standaard gekomen is voor R-waarden. Want tot op heden ontbrak die standaard en deden fabrikanten hun eigen ding of stelden een onafhankelijk onderzoekslabo aan om die R-waarde te bepalen. Met de ASTM F3340-18 R-waarde is dat binnenkort verleden tijd. Het Amerikaanse ASTM International werd door een groep fabrikanten in de arm genomen om die standaard te bepalen.


Om aan te tonen dat er voor dezelfde slaapmat een verschillende R-waarde gemeten kan worden, nemen we de Exped Synmat UL als voorbeeld. Exped liet door de het Zwitserse EMPA een waarde van 3.3 vaststellen. Om echter mee te zijn met de industrienormen, werd de slaapzak door ASTM met 2.9 gequoteerd. Je begrijpt meteen waarom het, net als bij slaapzakken (EN/ISO), nodig is om één standaard te hebben zodat je appelen met appelen kan vergelijken.

Grafiek: © Therm-a-Rest

Fabrikanten willen hun klanten helpen om de juiste keuze te maken bij de aankoop van hun matje en publiceren dan ook mooie grafiekjes zoals deze rechts. Daar is op zich niks mis mee, maar deze zeggen weinig over bij welke temperatuur je best een bepaald matje gebruikt. Immers, om de R-waarde correct te kunnen interpreteren moeten we ook kijken naar de temperaturen die op slaapzakken vermeld staan. Je hebt immers weinig aan een goed isolerende slaapmat met een R-waarde 6.0 als je bij -10°C in een slaapzak met comforttemperatuur +6° ligt.


Heb je een dunne schuimmat met R1.0 en een iets dikkere met R3.0, dan kan je deze combineren om tot een gezamenlijke 4.0 te komen.


Nog even dit: Amerikanen gebruiken imperiale eenheden voor de aanduiding van de R-waarde en dat is ook de R-waarde die je op de meeste slaapmatten zal terugvinden en waar ik het in dit artikel over heb. De Britten gebruiken het metrische SI-systeem dat overeenkomt met de eenheid van warmte-isoltatie uitgedrukt in m²K/W, waarbij RSI 1 gelijk is aan 1 m²K/W. Het probleem dat zich stelt is dat een RSI-waarde, dus een metrische R-waarde, ongeveer 5,7 keer kleiner is dan een imperiale R-waarde. Slechts een handvol, grotendeels Britse, fabrikanten gebruiken nog de ‘tog’-waarde in plaats van een R-waarde. Een tog is tien maal groter dan de RSI-waarde. 10 tog is dus hetzelfde als RSI 1.0 of een Amerikaanse R-waarde van 5.7.


De EN-standaard voor slaapzakken

Om een slaapzak te kunnen kopen is het belangrijk om ze met elkaar te kunnen vergelijken. De Europese EN13537-standaard helpt daarbij. Deze legt de manier waarop een slaapzak getest wordt vast zodat alle fabrikanten volgens dezelfde testnormen de temperaturen (comfort, limiet en extreem) op hun slaapzak vermelden. Dit is echter geen verplichting. Opgelet dus bij fabrikanten die geen of slechts één temperatuur op hun slaapzak vermelden. Zij testen hun slaapzakken niet altijd volgens de Europese standaard. Wil dat daarom zeggen dat het slechtere slaapzakken zijn? Neen. Maar zo kan je ze niet vergelijken met een groot deel van de modellen op de markt en moet kan je enkel hopen dat wat de fabrikant vermeldt ook correct is. Andere fabrikanten gebruiken de EN-standaard als basis voor hun tests, maar zijn alsnog vrij creatief met het bepalen van hun temperaturen, ook al laten ze die door een onafhankelijk labo testen.


De tests worden volgens de standaard uitgevoerd op een thermische pop die voorzien is van verschillende temperatuursensoren. De slaapzak wordt op een ondergrond gelegd die bestaat uit een houten platform met daarop een slaapmatje met R4.8 (0,85 m²K/W). Het houten platform is verhoogd zodat er onder de houten laag luchtcirculatie is.


Daarna wordt de pop in die opstelling aan verschillende temperaturen blootgesteld met slechts minimale wind (minder dan 2 km/u) en een luchtvochtigheid tussen 40 en 80%. Belangrijk om te weten is dat de pop in elk van de drie gevallen aangekleed is en er dus niet op een naakte pop getest wordt. De kledij in kwestie heeft een R-waarde van 0.27 (0,049 m²K/W) en de pop draagt ook sokken met R0.3 (0,054 m²K/W). Zo worden uiteindelijk de comfort-, limiet- en extreemtemperaturen vastgesteld.


Comfort

Voor een gemiddelde vrouw (25 jaar oud, 60kg en 1m60 groot). Hierbij moet de gebruiker in een normale positie (languit) kunnen slapen zonder enig ongemak door koude.


Limiet

Voor een gemiddelde man (25 jaar oud, 70kg en 1m73). De gebruiker is opgerold omwille van de kou voor minimaal warmteverlies, maar trilt niet. De thermale balans is dus in evenwicht.


Extreem

Voor een gemiddelde vrouw (25 jaar oud, 60kg en 1m60 groot). De gebruiker is opgerold en rilt van de kou. De positie kan zo maximaal 6 uur uitgehouden worden alvorens de kou de overhand neemt en de lichaamstemperatuur onder 35°C zakt (onderkoeling of hypothermie). Langdurige blootstelling kan leiden tot de dood.


Idealiter kies je dus een slaapzak op basis van de comforttemperatuur. Je weet dan dat je nog een veiligheidsmarge hebt, mocht de temperatuur onverwacht wat lager uitvallen dan gedacht. Ga nooit af op de extreemtemperatuur, want slechts in uiterste nood kan je dan tijdelijk gebruik maken van een beetje bescherming tegen de koude. Uiteindelijk raak je volledig onderkoeld en kan je bij langdurige blootstelling overlijden.


Wil je dus kunnen genieten van de comforttemperatuur die vermeldt staat op een volgens de EN-standaard geteste slaapzak, dan moet je over een matje van minstens R4.8 beschikken. Hou er rekening mee dat je - ruim genomen - voor elke 1.0 minder dan R4.8 van je slaapmatje, je ongeveer 1,4°C bij de comforttemperatuur van je slaapzak moet tellen.


In de tabel hieronder kan je opzoeken hoeveel temperatuur je bij je slaapzak moet tellen op basis van de R-waarde van je matje en ervan uitgaand dat je matje een R-waarde heeft van minder dan 4.8. Een voorbeeld. Als je slaapmatje een R-waarde van 2.0 heeft en je een slaapzak hebt met een vermelde comforttemperatuur van 7°C, dan moet je daar ongeveer 4°C bijtellen. Dat wil dus zeggen dat je bij een buitentemperatuur van ongeveer 11°C nog comfortabel ligt, maar eens daaronder je het misschien een beetje koud kan krijgen.

Zoals uit de testopstelling blijkt, houdt de EN-norm echter geen rekening met factoren die toch van belang kunnen zijn: zoals een stevige wind, koudere ondergrond, de iets warmere binnenomgeving van je tent, warmte-isolatie van gedragen slaapkledij of ook de koudeperceptie die voor iedereen anders is. Met andere woorden, de berekening en de tabel hierboven zijn dan ook theoretisch, maar vormen wel een goede basis om je slaapsysteem te bepalen voor een bepaalde trektocht. Voor een bevroren ondergrond kies je sowieso voor een slaapmatje met een R-waarde ruim boven de 4.8 en ben je dus beter af met matjes van R6.0+.


In de praktijk

In oktober 2020 was ik onderweg op de GR128. Eén nacht zakte het kwik 's nachts tot 3°C. Mijn slaapmatje heeft een R-waarde 4.2. De slaapzak heeft een comforttemperatuur van 4°C. Ik sliep in licht thermisch ondergoed. Wat denk je? Had ik het koud? Ja, een beetje. Volgens de theorie werd de comforttemperatuur van mijn slaapzak immers zo'n 5°C (4°C + ca. 0,75°C wegens R-waarde) en dus kwam ik hier een beetje tekort. Een slaapzak van 0°C of nog warmer (m.a.w. ietsje onder 0) ware hier beter geweest.

In de zomer van 2019 sliep ik in de Alpen op een hoogte van 1800m en werd het 's nachts eenmalig erg koud, tot tegen het vriespunt. Ik had hetzelfde materiaal bij als op de GR128. Uiteraard had ik het toen erg koud en moest ik al mijn reservekledij aantrekken om nog enigzins warm te liggen. Je ziet dus dat ook mensen met wat ervaring zich nog steeds kunnen vergissen. Niemand is onfeilbaar.


Ga steeds op voorhand na wat de temperatuur 's nachts zal zijn en probeer, zeker als je aan de comforttemperatuur van je slaapzak komt, toch minstens een matje met R4.8 te hebben. Best is natuurlijk om ook een slaapzak te hebben die nog wat manoeuvreerruimte toelaat. Staar je niet blind op de limiet- en extreemtemperatuur van je slaapzak, noch op de R-waarde, maar kies voor zekerheid en laat dus wat marge. Anderzijds moet je in volle zomer bij nachttemperaturen van 22°C niet per se voor een matje met R4.8 gaan of een slaapzak met een comforttemperatuur van 10°C. Wat dacht je van R3.0 en een slaapzak met comfort 15°C? Overdaad is immers ook niet nodig. Vond je dit artikel nuttig? Laat dan hieronder een commentaar achter of klik op het hartje om te liken!


Bronnen & Interessante links :

0 reacties

Gerelateerde posts

Alles weergeven